Als laatste maîtresse van koning Lodewijk XV werd Jeanne du Barry (1743-1793) door pamfletten en karikaturen lange tijd weggezet als inhalige courtisane. Recente geschiedschrijving, met name het werk van Emmanuel de Waresquiel, kijkt voorbij dat vertekende beeld en brengt haar culturele betekenis opnieuw onder de aandacht.
Achter het personage van de buitenechtelijke dochter, libertijn en parvenu gaat een scherpzinnige verzamelaar schuil en vooral een opdrachtgever die de beste kunstenaars en ambachtslieden van haar tijd aan zich wist te binden. Ledoux, Fragonard, Vien, Pajou, Gouthière of Carlin: de keuzes en persoonlijke smaak van Jeanne du Barry vallen samen met een kantelmoment, waarop rococo geleidelijk plaatsmaakt voor ‘goût grec’ en neoclassicisme. Tien redenen om haar met andere ogen te bekijken.