Tijdens de laatste edities van de BRAFA of TEFAF was de broche overal zichtbaar. Opvallend genoeg vooral gedragen door mannen, die het recentelijk hebben omarmd als een nieuw symbool, ergens tussen tijdloze chic en de drang om moderne mannelijkheid te benadrukken. De broche is niet langer het sentimentele overblijfsel dat achterin een juwelendoosje ligt, maar een teken van status geworden: stijlvol, cultureel en zelfs bijna politiek. Deze terugkeer vertelt over een tijdperk dat hunkert naar verhalen, naar rust, naar eigenheid, maar ook naar een subtiele flair.
Voordat de broche een sieraad werd, was het eerst een praktisch voorwerp. In de prehistorie gebruikten mensen spelden van been of hout om huiden en stoffen bij elkaar te houden, directe voorlopers van bronstijd-fibulae. Functioneel en robuust hielden ze tunieken en draperieën op hun plaats, terwijl ze al een decoratieve dimensie lieten doorschemeren. In het oude Griekenland en Rome werden fibulae verfijnder: ze kregen edelmetalen, motieven en soms edelstenen en groeiden uit tot sociale statussymbolen.