griekse keramiek

Grieks keramiek: raffinement in rood en zwart

Van het dagelijks leven tot de mythologie, van banketten tot de werken van Hercules, van oorlogstaferelen tot sporttaferelen: waar we in dit Olympische jaar alvast niet naast zullen kunnen kijken is de collectie Griekse keramiek van Antoine Vivenel. Deze tweede grootste van Frankrijk, na die van het Louvre, laat ons kennismaken met fascinerende kunst en een al even boeiende geschiedenis.

TEKST: Christophe Dosogne

Antoine Vivenel (1799-1862), een Franse ondernemer en architect, was een fervent liefhebber van de antieke cultuur. Tussen 1825 en 1848 verzamelde hij een van de mooiste collecties Griekse en Italische vazen ter wereld. Deze meesterwerken, waaronder de prachtige psykter (wijnkoeler) van de zogenoemde Kleophrades Painter (ca. 505-475 v.Chr.), werden verworven bij openbare verkopen en bezoeken aan Parijse antiquairs. De collectie valt op door de formele en iconografische diversiteit en vooral door de uitgelezen kwaliteit, een bewijs van grondige kennis van de verzamelaar en zijn strenge normen. Alle stukken, zonder uitzondering, zijn van onbetwistbaar artistiek, archeologisch en antropologisch belang. Taferelen uit de mythologie of het dagelijks leven in het oude Griekenland, godheden, helden, monsters, krijgers en atleten bezetten op briljante wijze de iconografische ruimte van de vazen, die zo meteen ook een waardevolle bron van informatie zijn over de manier van denken en leven in het oude Griekenland.

VAN MYCENE NAAR ATHENE

De keramiekkunst vond haar oorsprong in het Nabije Oosten en bereikte later, in het oude Griekenland, een bijzonder hoog niveau van artistieke kwaliteit. Beschilderde vazen werden vooral gebruikt in het dagelijks leven van rijke families, met name voor banketten of het toilet. Sommige dienden ook om de goden of de doden te eren. Die beschilderde keramiek vormt het gros van de Griekse schilderkunst die bewaard is gebleven. De keramiekproductie kwam allereerst tot bloei in Athene, aan het einde van de 11e eeuw v.Chr. De pottenbakkers trof je vooral aan in een wijk in het westelijke deel van de stad, bekend als de Keramiekwijk. Daar werden vazen versierd met motieven in glanzend zwart glazuur, een techniek stammend uit de Griekse bronstijd, voor het eerst toegepast door de Myceners.