‘Atlas’ wordt in het spraakgebruik meestal gebruikt voor een gebonden boek met kaarten. Wie is niet groot geworden met de Bosatlas? Maar sinds de 17e eeuw en vooral in de 18e en 19e eeuw werden onder hetzelfde begrip losbladige verzamelingen van tekeningen en prenten aangelegd, variërend van kaarten, stadsgezichten en gebouwen tot historische gebeurtenissen en portretten. Deze verzamelingen werden bezienswaardigheden en onderzoeksmateriaal.
De eerste die het woord ‘atlas’ gebruikte als aanduiding voor een boek bestaande uit een verzameling kaarten die speciaal daartoe was vervaardigd, was de Vlaamse cartograaf Gerard Mercator (1512-1594). Daarvóór had het betrekking op een losbladige, bijeengebonden verzameling kaarten, bijvoorbeeld voor de zeevaart. In het voorwoord voor zijn Atlas Sive Cosmographicae Meditationes de Fabrica Mundi et Fabricati Figura legt Mercator uit dat deze vernoemd is naar de legendarische Etruskische geleerde met dezelfde naam. Later sierde een afbeelding van de mythologische reus Atlas, die het hemelgewelf torst, het titelblad.