Jan Mankes

Jan Mankes, Hollands meest verstilde schilder

Jan Mankes (1889-1920) was een kunstenaar wiens geest tot in de ziel der dingen trachtte door te dringen. Er is zelfs weleens opgemerkt dat daardoor in zijn werk een atmosfeer van reine vroomheid hangt. Dat is misschien iets te veel gezegd, maar het valt niet te ontkennen dat het de aanwezigheid van een zekere gevoeligheid is die zijn werk in veel kringen zo geliefd maakt. Anderen zullen het een verdroomd realisme noemen. Hoe het ook zij, Mankes merkte ooit over zijn werk op: “Het spirituele is hoofdzaak en daaraan is het picturale ondergeschikt.” Zijn werk is nu te zien in twee musea.

TEKST: Frederik F. Barends

Wie zich in het leven en werk van Jan Mankes verdiept, komt al gauw tot de ontdekking dat deze kunstenaar tussen de vakgenoten van zijn tijd een volstrekte eenling geweest moet zijn. Dat had enerzijds te maken met zijn aard en aanleg, maar vooral ook door hetgeen zich tijdens de laatste twaalf jaar van zijn korte leven afspeelde.

Daarvoor waren zijn jeugdjaren niet echt spectaculair verlopen. Hij aanschouwde het levenslicht op 15 augustus 1889 te Meppel. Over zijn kinderjaren in die provincieplaats valt te vermelden dat hij toen al veel van tekenen hield, maar op school was hij bepaald niet de beste leerling. In de eerste klas van de hbs bleef hij zelfs zitten, waarna hij de schoolbanken definitief vaarwel zei. In 1903 verhuisde hij, door de overplaatsing van zijn vader, die commies bij de belastingen was, naar Delft. Daar werkte hij enkele jaren bij een glazeniersbedrijf en tegelijkertijd volgde hij ’s winters de avondlessen bij de Haagse academie. Ook bezocht hij geregeld op zondag het Mauritshuis, waar hij vanuit Delft naartoe wandelde.